- Home
- Actueel
- Nieuwsberichten
- Nieuwsbericht
Onderzoek naar het handelen van instellingen in de regio Haaglanden naar aanleiding van ernstige mishandeling van een peuter
De Inspectie Jeugdzorg heeft in samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg onderzoek gedaan naar het handelen van Bureau Jeugdzorg (BJZ) Haaglanden, de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) en de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) naar aanleiding van de ernstige mishandeling van een peuter in 2011.
30 juli 2012
In juli 2011 ontving de Inspectie Jeugdzorg een melding van een zeer zware mishandeling van een 3-jarige peuter. Sinds 2008 was sprake van (afwisselende) bemoeienis van verschillende instanties, waaronder de jeugdgezondheidszorg en (onderdelen van) Bureau Jeugdzorg. Daarnaast vond tweemaal een raadsonderzoek plaats.
De Inspectie Jeugdzorg heeft het handelen van de betrokken instellingen onderzocht via onderzoek bij BJZ Haaglanden en de Raad. De Inspectie voor de Gezondheidszorg verzocht de Jeugdgezondheidszorg om een feitenrapport en een evaluatie. Na afloop van het onderzoek hebben de inspecties vertegenwoordigers van voornoemde instellingen uitgenodigd voor een 'leerbijeenkomst' en met hen gesproken over de dieperliggende oorzaken van zaken die niet goed zijn gegaan in de samenwerking bij de zorg voor de peuter. De resultaten van deze bijeenkomst hebben bijgedragen aan de aanbevelingen van de inspecties.
Oordeel
De Inspectie Jeugdzorg en de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn van oordeel
- dat BJZ goed heeft ingeschat dat de moeder de peuter onvoldoende kon beschermen tegen huiselijk geweld;
- dat het besluit van de Raad om na het eerste raadsonderzoek een kinderbeschermingsmaatregel te verzoeken van voldoende kwaliteit was, maar dat het besluit na het tweede raadsonderzoek van onvoldoende kwaliteit was;
- dat BJZ en de Raad de veiligheid van de peuter onvoldoende hebben bewaakt;
- dat de samenwerking tussen BJZ, de Raad en de JGZ onvoldoende was.
De inspecties hebben de betrokken instellingen aanbevelingen gedaan ter verbetering van de kwaliteit. Zij verwachten van de instellingen dat zij verbeterplannen opstellen met concrete maatregelen. De inspecties zullen deze plannen beoordelen en vervolgens de invoering van de maatregelen in de praktijk toetsen.
