- Home
- Actueel
- Nieuwsberichten
- Nieuwsbericht
Onderzoek naar het handelen van enkele instellingen naar aanleiding van signalen van mogelijke mishandeling van een meisje in een pleeggezin
De Inspectie Jeugdzorg heeft onderzoek gedaan naar het handelen van Bureau Jeugdzorg (BJZ) Noord-Brabant, de William Schrikker Groep (WSG) jeugdbescherming, de pleegzorgaanbieder Juzt en de school, naar aanleiding van signalen van mogelijke mishandeling van een meisje in een pleeggezin.
6 augustus 2012
In het voorjaar van 2011 ontving de Inspectie Jeugdzorg een melding over de mogelijke mishandeling van een dan zesjarig meisje in een pleeggezin.
Sinds 2005 was sprake van (afwisselende) bemoeienis van verschillende instanties, waaronder BJZ N-Brabant, de WSG, Juzt en de school. Het meisje was in 2008 in een pleeggezin geplaatst en in april 2011 deed de Raad voor de Kinderbescherming onderzoek. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat er gedurende langere tijd signalen van kindermishandeling zijn geweest. Juzt, BJZ en vanaf eind 2008 de WSG waren verantwoordelijk voor de plaatsing van het meisje. Op 13 april 2011 werd de plaatsing in het pleeggezin beëindigd.
Oordeel
De Inspectie Jeugdzorg is van oordeel dat de diverse signalen die erop duidden dat de verzorging, opvoeding en behandeling van het meisje te kort schoten bij de betrokken hulpverleners onvoldoende tot handelen hebben geleid gericht op het onderkennen en verminderen van risico’s voor de veiligheid van het meisje.
Uit het onderzoek komen hiervoor de volgende oorzaken naar voren:
- Juzt, BJZ en de WSG waren het onderling niet eens over de taakopvatting van de gezinsvoogd;
- Er had geen goede matching plaatsgevonden tussen het meisje en het pleeggezin;
- De pleegouders kregen de ruimte om hun eigen invulling te geven aan het verloop van de plaatsing van het meisje in het gezin;
- Signalen van de biologische moeder werden niet serieus onderzocht;
- De behandelcoördinator had een te grote werkbelasting, waardoor ingrijpende besluiten op grond van beperkte informatie werden genomen;
- Juzt, BJZ en de WSG hebben lange tijd niet rechtstreeks contact gehad met de school, waardoor signalen van de school niet tot handelen hebben geleid; pas vanaf medio 2010 vindt regelmatig overleg plaats tussen de school en de (nieuwe) gezinsvoogd van de WSG;
- De school was niet bekend met het feit dat de pleegouders niet het gezag over het meisje hadden.
De inspectie heeft de betrokken instellingen aanbevelingen gedaan ter verbetering van de kwaliteit bij het zicht houden op de veiligheid van het kind en de begeleiding van de pleegouders. Zij verwachten van de instellingen dat zij verbeterplannen opstellen met concrete maatregelen. De inspectie zal deze plannen beoordelen en vervolgens de invoering van de maatregelen in de praktijk toetsen.
Casusonderzoek inzake signalen van mogelijke kindermishandeling van een meisje in een pleeggezin (pdf 359 Kb)
