1. Home
  2. Onderwerpen
  3. Hoe werkt de inspectie

Hoe werkt de inspectie

Baby’s, kinderen en jongeren moeten veilig kunnen opgroeien. Hierbij hebben zij en ook hun ouders soms hulp nodig. Dan kunnen zij te maken krijgen met jeugdzorg. De Inspectie Jeugdzorg controleert of de kwaliteit van de jeugdzorg goed is. Dat doet zij door onderzoek te doen bij instellingen voor jeugdzorg. De rapporten van de onderzoeken zet de inspectie op haar website: www.inspectiejeugdzorg.nl.

1. Wat wil de Inspectie Jeugdzorg bereiken?
De instellingen voor jeugdzorg moeten zorgen dat kinderen aan wie zij hulp verlenen veilig kunnen opgroeien. De Inspectie Jeugdzorg wil dat kinderen en hun ouders kunnen rekenen op goede hulpverlening in de jeugdzorg. Daarom wil de inspectie betrouwbare informatie geven over de kwaliteit van de jeugdzorg.

De Inspectie Jeugdzorg wil met haar onderzoeken bijdragen aan:

  • het verbeteren van de resultaten van de jeugdzorg;
  • het versterken van de positie van kinderen en ouders in de jeugdzorg.


Missie van de Inspectie Jeugdzorg
“De inspectie houdt onafhankelijk toezicht op de jeugdzorg. Daarbij richten we ons vooral op de veilige ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind is doorslaggevend voor ons handelen. De inspectie signaleert waar de grootste risico’s zitten en brengt die onder de aandacht van de instellingen en de overheid. Onze aanbevelingen zijn niet vrijblijvend. Wij volgen actief of ons toezicht tot effect leidt.”

Visie van de Inspectie Jeugdzorg
Kinderen moeten zich veilig kunnen ontwikkelen, zo min mogelijk risico lopen op mishandeling en zich geborgen voelen in hun leefomgeving.
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waarin het kind centraal staat, is voor de inspectie het uitgangspunt.
Dit betekent dat als kinderen/gezinnen een beroep doen op zorg:

  • risico's vroeg gesignaleerd worden en gedeeld worden met andere betrokkenen (binnen en buiten de jeugdzorg);
  • instellingen en professionals hun verantwoordelijkheid nemen om de veiligheid van het kind te waarborgen;
  • instellingen en professionals elkaar aanspreken op het nakomen van afspraken;
  • kinderen en hun ouders zorg op maat krijgen volgens professionele standaarden en met (bewezen) effectieve methoden.

De inspectie ziet het als haar taak om het werken vanuit deze uitgangspunten te stimuleren.
De inspectie gaat na of de instellingen ervoor zorgen dat de kinderen aan wie zij hulp verlenen zich veilig kunnen ontwikkelen.
De inspectie werkt zoveel mogelijk samen met andere inspecties en met maatschappelijke organisaties. Ook Integraal Toezicht Jeugdzaken, waarvan de Inspectie Jeugdzorg trekker is, richt zich op verbetering van de situatie van kinderen.
Om deze ambities waar te maken blijft de inspectie haar werkwijze en instrumenten aanscherpen.


2. Waar onderzoekt de inspectie?
De Inspectie Jeugdzorg is opgericht in 1988. De inspectie is inhoudelijk onafhankelijk en werkt onder de verantwoordelijkheid de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie. De Wet op de jeugdzorg vormt het wettelijk kader voor het toezicht door de Inspectie Jeugdzorg. Deze wet geeft de Inspectie Jeugdzorg de volgende taken:

  • onderzoek verrichten naar de kwaliteit in algemene zin van de jeugdzorg en voorstellen doen tot verbetering;
  • toezicht houden op de naleving van de wettelijke kwaliteitseisen.


De Inspectie Jeugdzorg houdt toezicht op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging. De inspectie dient te beschikken over alle informatie die van belang is voor de uitoefening van haar taak. Daarom is zij bevoegd om gebouwen te betreden, om inlichtingen te vorderen en om zakelijke gegevens in te zien.

De Inspectie Jeugdzorg doet onderzoek naar het werk van de volgende organisaties:

  • de Bureaus Jeugdzorg
  • de instellingen voor jeugdhulpverlening
  • de Raad voor de kinderbescherming
  • de justitiële jeugdinrichtingen
  • de organisaties voor adoptie uit andere landen
  • de opvang en voogdij van alleenstaande minderjarige vreemdelingen
  • de schippersinternaten


Relevante wet- en regelgeving
De inspectie onderzoekt of organisaties onder toezicht de relevante wet- en regelgeving naleven. Hieronder volgt een beknopte toelichting op deze wet- en regelgeving.

Wet op de jeugdzorg
Website Wet op de jeugdzorg en wijzigingswetten
Deze wet regelt de aanspraak op jeugdzorg, de toegang tot de jeugdzorg en de financiering. De Wet op de jeugdzorg beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van het Rijk, de provincies/grootstedelijke regio’s, de Bureaus Jeugdzorg en de zorgaanbieders.
In het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg staan nadere regels ter uitvoering van de wet op de jeugdzorg.

Rijk
De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het inrichten en in stand houden van het stelsel van jeugdzorg en legt hierover verantwoording af aan het parlement. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Veiligheid en Justitie stellen wet- en regelgeving vast en formuleren de hoofdlijnen van het beleid. Ook regelen de ministers de financiering van de jeugdzorg door een doeluitkering aan provincies/grootstedelijke regio's. Het Rijk verzamelt informatie over het functioneren van het jeugdzorgstelsel en vraagt verantwoording van provincies/grootstedelijke regio’s over de besteding van de middelen.
Ook is het Rijk (voorlopig) verantwoordelijk voor een toereikend aanbod van gesloten jeugdzorg.

Provincies/grootstedelijke regio’s
Provincies/grootstedelijke regio’s hebben een belangrijke regiefunctie in de Wet op de jeugdzorg. Zij zijn verantwoordelijk voor het functioneren van de Bureaus Jeugdzorg en spelen een belangrijke rol bij de aansluiting van de jeugdzorg op het lokale jeugdbeleid in de gemeenten. Ook zorgen provincies/grootstedelijke regio's voor een toereikend aanbod aan jeugdzorg; zij kopen daartoe zorg in bij zorgaanbieders. Provincies/grootstedelijke regio’s handhaven wet- en regelgeving bij individuele instellingen.

Bureaus Jeugdzorg
De Bureaus Jeugdzorg vormen per provincie/grootstedelijke regio de toegang tot de jeugdzorg. Zij hebben een uiteenlopend takenpakket:

  • het beoordelen van een verzoek om hulp;
  • het maken van een indicatiebesluit voor de juiste zorg voor een jeugdige;
  • het organiseren van het advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK);
  • het uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen;
  • het uitvoeren van de jeugdreclassering;
  • het ondersteunen van algemene voorzieningen en het bevorderen van vroege signalering van problemen, bijvoorbeeld op scholen.

De Bureaus Jeugdzorg dragen zorg voor een verantwoorde uitvoering van hun taken binnen de kaders van wet- en regelgeving.

Zorgaanbieders
Zorgaanbieders verschaffen verantwoorde zorg aan cliënten. Zij werken altijd op basis van een hulpverleningsplan en informeren het Bureau Jeugdzorg over de voortgang van de zorgverlening. De zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg die zij leveren. Dit betreft zowel de inhoud van de zorg als het hulpverleningsproces en de professionaliteit van de medewerkers. Zorgaanbieders moeten zich daarbij houden aan wet- en regelgeving en onderlinge kwaliteitsafspraken.

Burgerlijk Wetboek, Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering
Wetboek online
Met de inwerkingtreding van de Wet op de jeugdzorg in 2005 houdt de inspectie ook toezicht op de Raad voor de kinderbescherming. De taken van de Raad zijn verspreid over verschillende wetten, waarvan het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering de belangrijkste zijn. De Raad voor de kinderbescherming doet onderzoek, adviseert in juridische procedures en kan maatregelen of sancties voorstellen. De Raad is een onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
Beginselenwet JJI
De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van de opvang en behandeling van jeugdigen in justitiële jeugdinrichtingen. De wettelijke taken van de justitiële jeugdinrichtingen staan beschreven in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Deze regelgeving bevat de randvoorwaarden die justitiële jeugdinrichtingen moeten scheppen voor jeugdigen op het gebied van onderwijs, opvoeding, zorg, ontspanning en sport. Plaatsing van jeugdigen in een justitiële jeugdinrichting kan gebeuren als strafmaatregel (strafrecht). De minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor deze wet.

Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie
Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

Het toezicht door de inspectie op de interlandelijke adoptie is geregeld in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. De minister van Veiligheid en Justitie verleent op basis van deze wet vergunningen aan particuliere organisaties voor bemiddeling bij interlandelijke adoptie. Het toezicht van de inspectie richt zich onder andere op het voldoen aan de voorwaarden die wet- en regelgeving stellen aan het verkrijgen en behouden van een vergunning.

Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Wet COA)
Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers
De Wet op de jeugdzorg draagt het toezicht op de opvang en voogdij van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) op aan de Inspectie Jeugdzorg, onder verwijzing naar de Wet COA. Deze wet bepaalt dat aan asielzoekers materiële en immateriële opvang moet worden geboden op een doelmatige en efficiënte wijze. De Inspectie Jeugdzorg verricht het toezicht op de opvang en voogdij van AMV’s voor de minister voor Immigratie en Asiel.

Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan
Subsidieregeling opvang kinderen van ouders met trekkend/varend bestaan
In deze subsidieregeling is geregeld dat de Inspectie Jeugdzorg toezicht houdt op naleving van de verplichting voor schippersinternaten aan hun cliënten huisvesting, verzorging en opvoeding van verantwoorde kwaliteit te leveren.

Voor alle wet- en regelgeving waar de Inspectie Jeugdzorg een toezichttaak heeft geldt een toezichtarrangement. In een toezichtarrangement staat uitleg over de manier waarop het toezicht wordt ingevuld. Hierdoor is voor iedereen helder welke verwachtingen over en weer gerechtvaardigd zijn bij het voorbereiden en uitvoeren van toezicht en bij de vervolgstappen. Dit is van belang voor alle partijen die direct betrokken zijn bij het toezicht. Daarnaast is het toezichtarrangement een verantwoordingsinstrument van de minister aan het parlement.
Toezichttrajecten van de Inspectie Jeugdzorg hangen samen met de beleidsterreinen en beleidsvoornemens van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Veiligheid en Justitie

3. Hoe werkt de Inspectie Jeugdzorg?
Inspecteurs bezoeken instellingen, kijken hoe het daar gaat en praten met hulpverleners en de kinderen. Kunnen kinderen en ouders voldoende meepraten over de hulpverlening? Is er een goede klachtregeling? Hoe loopt de samenwerking tussen de ene instelling en de andere? Neemt de instelling op een zorgvuldige manier besluiten?

De inspectie komt ook in actie als een instelling melding doet van een ernstige situatie waar het is misgegaan in de hulpverlening. Of als de inspectie ongunstige berichten krijgt over een bepaalde instelling. De hulpverlening moet voldoen aan de regels in de wet. In de wet staat bijvoorbeeld dat instellingen verantwoorde zorg moeten bieden. Daarnaast kijkt de inspectie of de regels voor de jeugdzorg in de dagelijkse praktijk goed werken. De rapporten van de inspectie zijn openbaar en bevatten praktische voorstellen voor verbeteringen. Zo nodig kijkt de inspectie enige tijd later of die verbeteringen zijn gelukt.

Algemeen
Om effectief toezicht uit te oefenen hanteert de Inspectie Jeugdzorg de zes principes van goed toezicht
Webite Toezicht

Risicogestuurd programmeren
De inspectie ontwikkelt sinds 2007 risico-indicatoren om toezicht te houden dáár waar de risico’s het grootst zijn. De reden hiervoor is, naast het principe van selectief toezicht, dat in 2009 alle jeugdzorginstellingen moeten werken met een gecertificeerd kwaliteitssysteem. Dit systeem telt mee bij de keuze om een instelling wel of niet te selecteren voor toezicht. De inspectie verwacht dat een instelling die gecertificeerd is én blijft, in staat is zichzelf te verbeteren.
Om te bepalen welke indicatoren hiervoor geschikt zijn heeft zij instellingen en jongeren hierop bevraagd.
Met behulp van Stichting Alexander hebben jongeren aangegeven wat zij belangrijk vinden om zich veilig te voelen en te zijn in de jeugdzorg. Dit heeft geleid tot een rapport van Stichting Alexander “Sowieso moet je niemand in de wereld vertrouwen, maar daar helemaal niet”.
De inspectie heeft ook de jeugdzorginstellingen (MOgroep) en vertegenwoordigers van cliënten (LCFJ) en overheden (IPO) bevraagd. Een belangrijk uitgangspunt was dat de informatie die de inspectie wil hebben, zoveel mogelijk aansluit bij de informatiebehoefte van de instelling zelf en bij de informatie die de instelling al verzamelt voor andere partijen.
Op basis van wat jongeren en instellingen hebben aangegeven heeft de inspectie risico-indicatoren ontwikkeld. Dit leidt tot risico gestuurd programmeren.
Zo zet de inspectie haar middelen effectief en efficiënt in.
Voor de instellingen betekent selectief toezicht dat gerechtvaardigd gebleken vertrouwen leidt tot een lagere toezichtlast.

Verscherpt toezicht (VT)
In het toezicht stimuleert de inspectie instellingen om zelf het gewenste resultaat te bereiken. Doorgaans slagen de instellingen hierin.
Als de inspectie echter oordeelt dat in een instelling sprake is van steeds terugkerende tekortkomingen én ernstige risico’s voor het kind kan de inspectie de instelling onder verscherpt toezicht stellen. Dit betekent dat de instelling extra in de gaten wordt gehouden. De instelling moet aan de inspectie een plan laten zien waarin de instelling schrijft wat ze doet om de situatie zo snel mogelijk te verbeteren. De instelling informeert de inspectie over de uitvoering van dit plan én over de behaalde resultaten. De inspectie bepaalt zelf wanneer zij tot hertoetsing overgaat. Als bij de hertoets de vereiste resultaten zijn behaald, heft de inspectie het verscherpt toezicht op. Op de website staat welke instellingen onder verscherpt toezicht staan en van welke instellingen dit verscherpt toezicht is opgeheven. Notitie over verloop verscherpt toezicht

Onverwacht toezicht (OT)
De inspectie kan besluiten om gebruik te maken van onverwachte inspecties. Hierbij is de instelling niet of gedeeltelijk op de hoogte gebracht van tijdstip, vorm en inhoud van de voorgenomen inspectie. De inspectie houdt zich hierbij aan het proportionaliteitsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht.
Link naar http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/geldigheidsdatum_29-09-2010

Aanwijzing en Bevel
Verbetert de kwaliteit van de bewuste instelling niet en is er sprake van onaanvaardbare risico’s voor het kind die directe actie verlangen, dan kan de inspectie de provincie of grootstedelijke regio voorstellen een aanwijzing te geven aan een instelling of zelfs het ministerie voorstellen een aanwijzing te geven aan een provincie of grootstedelijke regio die nalatig zou zijn. In de Wet op de jeugdzorg is de mogelijkheid gecreëerd dat de inspectie een schriftelijk bevel aan een instelling kan geven. De instelling is dan verplicht om onmiddellijk aan dit bevel te voldoen. De inspectie heeft de verschillende procedurele stappen die hiervoor nodig zijn uitgewerkt.

Samenwerkend toezicht
Problemen rond jongeren kunnen zich op veel terreinen voordoen, bijvoorbeeld op school, in de wijk, of bij hun gezondheid. Toezicht op organisaties en voorzieningen op het gebied van jeugd vindt dan ook niet alleen plaats door de Inspectie Jeugdzorg, maar ook in samenwerking met andere inspecties die jeugd in hun ‘portefeuille’ hebben. Samenwerking van toezichthouders betekent ook minder toezichtlast voor de instellingen.
Deze samenwerking vindt plaats waar dat aan de orde is bij gepland toezicht én bij toezicht naar aanleiding van meldingen die instellingen bij de inspectie doen na calamiteiten.

Een structurele samenwerking van vijf rijksinspecties is gerealiseerd in Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ). ITJ voert haar werkzaamheden uit onder verantwoordelijkheid van de Inspectie Jeugdzorg.
Link naar Website ITJ

De Inspectie Jeugdzorg neemt deel aan de Inspectieraad, die de minister van Binnenlandse Zaken begin 2007 heeft ingesteld. Dit is een raad van Inspecteurs-Generaal en hoofden van de vijftien rijksinspectiediensten, die samenwerken aan de vernieuwing van het toezicht vanuit het Rijk.
Link naar Website Inspectieraad


4. En als u een klacht heeft?
Als u een klacht heeft over de jeugdzorg kunt u contact opnemen met een onafhankelijke vertrouwenspersoon van het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) met wie u kunt praten over uw problemen met de jeugdzorg. De vertrouwenspersoon kan u adviseren en u ondersteunen bij het indienen van uw vraag en/of klacht bij de klachtencommissie en eventueel met u meegaan naar een gesprek bij de instelling. U kunt de medewerkers van het AKJ bereiken via 088-5551000 of via de website AKJ.
Verder vind u in vrijwel elke provincie httpZorgbelang. Ook daar vindt u vertrouwenspersonen die u kunnen ondersteunen.

Elke instelling voor jeugdzorg heeft een klachtencommissie, die bestaat uit mensen die niet werken bij de instelling. Deze onafhankelijke commissie kan klachten beoordelen en hier een uitspraak over doen. U kunt bij de instelling waarover u een klacht heeft een folder krijgen met meer informatie over de klachtenregeling en de klachtencommissie.

De Inspectie jeugdzorg behandelt geen individuele klachten. Uw klachten kunnen voor de inspectie echter wel een signaal zijn over de kwaliteit van een instelling voor jeugdzorg. Wanneer u zo’n signaal wilt afgeven, dan kunt u dat telefonisch doen op nummer 088-1205005.

oktober 2010



  1. Signalen over instellingen voor jeugdzorg (pdf 26 Kb)
    04-10-2010
  2. Folder Wat doet de Inspectie jeugdzorg (pdf 1.710 Kb)
    18-03-2010
  3. Folder risico-indicatoren voor residentiële jeugdzorg (pdf 1.153 Kb)
    28-05-2009
  4. Folder Verscherpt Toezicht (pdf 96 Kb)
    26-05-2009
  5. Brochure Toezicht en handhaving in de jeugdzorg (Procesafspraken) (pdf 86 Kb)
    30-01-2007
  6. Protocol Nieuwe Zorgaanbieders (pdf 613 Kb)
    30-12-2005




Deze website is het laatst gewijzigd op 26 januari 2012