- Home
- Organisatie
- Missie en visie Inspectie jeugdzorg
Missie en visie Inspectie jeugdzorg
De Inspectie jeugdzorg controleert of de kwaliteit van de jeugdzorg goed is.
De Inspectie jeugdzorg wil graag dat haar werk effect heeft in de samenleving. Zij ziet het als haar taak om betrouwbare informatie te geven over de kwaliteit van de jeugdzorg.
Missie
De inspectie houdt onafhankelijk toezicht op de kwaliteit van de jeugdzorg, daarbij richten we ons vooral op de veilige ontwikkeling van het kind. Het belang van het kind is doorslaggevend voor ons handelen. De inspectie signaleert waar de grootste risicos zitten en brengt die onder de aandacht van de instellingen en de overheid. Onze aanbevelingen zijn niet vrijblijvend, wij volgen actief of ons toezicht tot effect leidt.Visie
Kinderen moeten zich veilig kunnen ontwikkelen, zo min mogelijk risico lopen op mishandeling en zich geborgen voelen in hun leefomgeving. Dit is in het belang van de kinderen en van een welvarende en veilige samenleving. Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, waarin het kind centraal staat, is voor de inspectie het uitgangspunt.Dit betekent dat als kinderen / gezinnen een beroep doen op zorg:
- risicos vroeg gesignaleerd worden en gedeeld worden met andere betrokkenen (binnen en buiten de jeugdzorg);
- instellingen en professionals hun verantwoordelijkheid nemen om de veiligheid van het kind te waarborgen;
- instellingen en professionals elkaar aanspreken op het nakomen van afspraken;
- kinderen en hun ouders zorg op maat krijgen volgens professionele standaarden en met (bewezen) effectieve methoden.
De inspectie ziet het als haar taak om het werken vanuit deze uitgangspunten te stimuleren. Ook draagt zij bij aan de verdere ontwikkeling van de professionaliteit van de jeugdzorg en de samenwerking in de keten van voorzieningen rond kinderen.
Via risico- en kwaliteitsindicatoren wil de inspectie nagaan of de instellingen ervoor zorgen dat de kinderen aan wie zij hulp verlenen zich veilig kunnen ontwikkelen.
De inspectie werkt zoveel mogelijk samen met andere inspecties en met maatschappelijke organisaties, zoals brancheorganisaties en beroepsverenigingen. Ook het Integraal toezicht jeugdzaken, waarvan de Inspectie jeugdzorg trekker is, richt zich op verbetering van de situatie van kinderen.
Werkwijze en instrumenten
De ‘Kaderstellende visie op toezicht’ van het kabinet is leidraad voor het werk van de inspectie. Zes principes van goed toezicht staan centraal:- onafhankelijkheid: de inspectie werkt binnen de grenzen van de ministeriële verantwoordelijkheid en is onafhankelijk in haar oordelen en optreden;
- professionaliteit: op het niveau van de inspecteur en van de inspectie; houding en gedrag van inspecteurs zijn bepalend voor het imago van de inspectie, inspecteurs beheersen de vaardigheden om situationeel te kunnen opereren;
- transparantie: de inspectie legt uit waarom zij toezicht houdt en geeft inzicht in keuzes en maatregelen;
- selectief: de inspectie kiest bij haar toezicht voor en geeft prioriteit aan die situaties waarin kinderen en jongeren de meeste risico’s lopen;
- slagvaardig: stimuleert instellingen om zelf het gewenste resultaat te bereiken, maar als het moet zal de inspectie in het uiterste geval hard optreden (via het geven van een bevel);
- samenwerkend: de inspectie werkt zeer nauw samen met andere toezichthouders op het gebied van de voorzieningen rond kinderen.
De inspectie werkt met toezichtarrangementen. Hierin staan afspraken over taken, verantwoordelijkheden en procedures tussen inspectie, de ministeries, de provincies en de instellingen over beleid, toezicht en handhaving. Hierdoor is voor ieder helder welke verwachtingen over en weer gerechtvaardigd zijn bij het voorbereiden, uitvoeren van toezicht en de vervolgstappen.
De inspectie stelt jaarlijks een werkprogramma op dat zij baseert op een risicoanalyse. Ministeries en provincies kunnen daarnaast eigen wensen voor toezicht aandragen. In de toekomst wil de inspectie gaan werken met risicomanagement en gestructureerde effectmeting. Op grond van risico-indicatoren en basisgegevens over kinderen en jeugdigen en over de sector zelf kan de inspectie beter onderbouwd prioriteiten stellen waar het toezicht moet plaatsvinden. Ook de informatie uit calamiteitentoezicht is een belangrijke bron. Ambitie is dat in 2010 75% van ons toezicht risicogestuurd is. Daarnaast zal de inspectie structureel in het werk verankeren dat zij vaststelt of de aanbevelingen uit onze rapporten en de eventuele toezeggingen zijn nagekomen. Het doel is dat plannen zijn uitgevoerd of maatregelen zijn getroffen die een aantoonbaar effect hebben op het welzijn van kinderen.
Inspecteurs werken met accounts: dit zijn provincies of grootstedelijke regio’s waarvoor zij contactpersoon zijn evenals voor de daarin gevestigde instellingen.
Voor de effectiviteit van het toezicht vindt de inspectie het van groot belang dat er goede afstemming is tussen beleid, toezicht en handhaving, zowel met de provincies en grootstedelijke regio’s als op rijksniveau (staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Veiligheid en Justitie). Het gaat om kennis en informatie van de inspectie over de praktijk van de jeugdzorg, afspraken over handhaving en effecten van nieuw beleid. Ambitie is dat de inspectie een natuurlijke gesprekspartner is voor de verantwoordelijke overheden waar het gaat om aanpassing en vernieuwing van beleid.
De inspectie heeft de volgende instrumenten tot haar beschikking:
- doen van toezicht in de vorm van toezichtprojecten: het verzamelen van informatie, het vormen van een oordeel, het eventueel interveniëren en het –in principe- openbaar maken van de rapporten;
- gevraagd en ongevraagd adviseren van bewindspersonen en gedeputeerden/portefeuillehouders van grootstedelijke regio’s;
- geven van presentaties, lezingen op conferenties, opleidingen enz.;
- schrijven van artikelen voor dag/weekbladen en (vak)tijdschriften.
De medewerkers van de inspectie werken vanuit de missie en visie en vanuit de kaderstellende visie van het kabinet. Daarbij is van belang dat zij de volgende ‘waarden’ / competenties bezitten:
Zij zijn integer, zijn motiverend naar de instellingen, werken professioneel, zijn alert op veranderingen in hun omgeving en betrekken die bij het toezicht, zijn communicatief en toekomstgericht in hun contacten met de instellingen en de overheden. De inspectie voert ook overleg over haar verwachtingen en normen met andere maatschappelijke partijen die een verantwoordelijkheid hebben voor de kwaliteit van de jeugdzorg.
De inspectie is een lerende organisatie. Zij is voortdurend alert op wat er in de maatschappij gebeurt en welke consequenties dit heeft voor het werk van de inspectie. Ook is zij voortdurend bezig om de professionaliteit van de medewerkers te vergroten. Er wordt veel geïnvesteerd in collectieve en individuele scholing. Onderdeel van de professionaliteit is dat medewerkers elkaar intercollegiaal toetsen en gebruik maken van intervisie.
Brochures
Download hier de Publieksfolder algemeen IJZ.pdf (pdf, 18.811 bytes)
Download hier het Organogram.pdf (pdf, 25.932 bytes)
Download hier de Klachtenregeling IJZ.pdf (pdf, 19.826 bytes)
